officiële website van zanger, beeldhouwer, schilder en schrijver
Willem Vermandere

aninsi

interview in de Zondagskrant van 23 juli 2017
interview in deMens.nu vrijzinnig humanistisch magazine nr. 3 van 2017
interview in Westkust magazine dec 2016

Verschenen in Primo van 2 nov 2016 -

interview in Intervista junl 2015 zie → hier
interview in Papillio april 2015 -
rerportage/interview 17 februari 2015 in de basiliek van Koekelberg: zie → hier
interview in Knack februari 2015 (met dank aan Luc Dewaele)
bericht in HWN 13 februari 2015 (met dank aan Luc Dewaele)
interview in HLN februari 2015 (met dank aan Luc Dewaele) - - -
Verschenen in Maczima (ziekenzorg CM) februari 2015 - - -

Verschenen in ZENO (De Morgen 7 feb 2015) - - - - -

Verschenen in KWV De Krant van West-Vlaanderen van 6 februari 2015 - -

Verschenen in 'Flanders Today' van 15 okt 2014 -

Verschenen in Primo van 10 okt 2014 -

Verschenen in de Metro van 23 september 2014 -

Verschenen in de Zondagkrant van 14 september 2014 -

Verschenen in De Standaard van 6 september 2014

- - - -

Verschenen in KWV Weekend van 1 september 2014 - -

Verschenen in het magazine INtresse 2014

- - - -

Verschenen in KWV Weekend van 6 mei 2017



Hij kwam in Lauwe aan met de Leieboot. Zijn moeder ging hem daar halen in februari 1940, net vóór de oorlog uitbrak.
In de Westhoek komen kinderen met de Leieboot, niet uit de bloemkool.
Hij kreeg de artistieke gevoeligheid mee van zijn vader.
"Ik heb 'chance' in mijn leven, dat besef ik.
Ik ben verwend door de Schepper. Mijn oudste broer Walter zei altijd: 'jij hebt alle talenten gekregen, er bleef niets meer over voor ons'. Geen van mijn drie broers heeft iets artistieks gedaan.

Artistieke gevoeligheid
"Wat heb ik allemaal niet meegekregen? De dromerigheid, de artistieke gevoeligheid van mijn vader: hij was een goede werkman, een wagenmaker - tot zijn veertien jaar naar school geweest.
In hart en nieren een artiest, een zeer goede klarinettist. Hij was zes jaar oud toen de eerste wereldoorlog uitbrak, getrouwd in het jaar 35 en dan met zijn huis vol kinderen de tweede wereldoorlog meegemaakt. Het was al een hele prestatie in die tijd om zijn boterham te verdienen en een dak boven het hoofd te hebben. Het was eerst vrouw en kinderen en als je dat tot een goed einde kon brengen was dat al heel veel. Voor kunst was er geen plaats.
Moeder leeft nog, ze is 93. Een dapper vrouwke, taai en sterk. Ze heeft vier zonen gehad, waarvan er helaas al twee zijn gestorven: mijn jongere broer Stefaan vijf jaar geleden en mijn oudste broer Walter voor vier maanden. Moeder moet dat nog allemaal verwerken.
Ikzelf heb ook vier kinderen, twee meisjes, twee jongens. Ze zijn het huis uit. En soms zeg ik: waar was ik toen mijn kinderen opgroeiden? Dat voel ik nu aan, als vader. Dat zingen is een beest dat u verteert in zijn vuur."

Filosofie en theologie
"Ik heb kunnen studeren. Ik wou weg van huis, van die kleine wereld, naar een blijkbaar fijnere, hogere wereld.
Toen ik in Gijzegem in het klooster was, een paterskweekschool, zocht ik hout van een omgewaaide boom om in te kerven en te kappen. Ik had prachtige houten beelden gezien van Valerie Stuyver, de pastoor van Vlassenbroek. Ik heb hem nadien ontmoet en mocht bij hem een beetje gaan werken. Maar mijn superieuren in het klooster waren argwanend, die vonden dat niet de goede weg. Studeren was mijn roeping, filosofie en theologie. Artistieke neigingen mochten geen voeding krijgen. Een pater die liever beelden maakte, dat was iets twijfelachtigs. Muziek kon nog van pas komen - later bij de negertjes in de brousse. Maar passie behoorde tot de wereld van de zinnelijkheid en dat ging niet goed aflopen. Ik vroeg of ik een beetje les mocht gaan volgen, maar oei-oei-oei! Ze hoorden het donderen. Ik heb spoedig ingezien dat die geleerde traktaten over de goddelijke voorzienigheid en de maagdelijkheid van Maria mij niet meer konden bekoren en ben uit het klooster gestapt, een curieuze periode in mijn leven afgesloten.
De vrouw waarmee je trouwt, je kinderen, je vader en moeder, je dorp, dat zijn je krachtbronnen, die moet je steevast vernieuwen of ze drogen uit. Een mens moet zich permanent herbronnen met goede lectuur, schrijvers die wat te vertellen hebben, een goede film en ontmoetingen met mensen, niet alleen kunst, maar ook het leven zoals het op u af komt. Het leven met zijn zoets en zijn zuurs, dat is de grote leermeester."

Een vertellingske
"Ik was ondertussen godsdienstleraar geworden - na mijn kloosterperiode heb ik godsdienstwetenschappen gestudeerd in Gent - en had voor mijn klas liedjes gemaakt, in het mooi Nederlands, over de barmhartige Samaritaan en zo. Tot ik een verzameling West-Vlaamse gedichtjes vond en daar muziek heb opgezet - zeer romantische liedjes als 'mensen van te lande...' in het echte dialect van de Westhoek, en dat sloeg in. Dat is het begin geweest van mijn 'carrière als zanger'.
Als leraar in die school ging ik dood, ik geraakte uitgeput. Het was een rijksmiddelbare school, waar kinderen verplicht waren twee uur godsdienst of zedenleer te volgen. Ik heb daar afgezien. Ik kon ze maar met één ding boeien, dat was met vertellen. Daar heb ik ontdekt dat ik de gave had om te vertellen, een kleine anekdote in te kleden zodat kinderen daar een boodschap aan hadden, 'een vertellingske'... Zoals een kleine kroepoek die je in friet-vet gooit een grote hap wordt. Dat is mijn theateropleiding geweest, in zeer moeilijke omstandigheden. Dan heb ik moeten kiezen en tijdens het schooljaar zelf, met de paasvakantie heb ik mijn ontslag ingediend. Dat zijn de groeipijnen hé!"

Gedrevenheid
"Als ik een tijdje niet meer gelezen heb of niets moois gezien heb op tv, dan mankeert er iets. En dan plots lees je enkele schone bladzijden in een boek of je ziet een prachtige film - wat een kick krijg je daarvan! Ook als zanger of als artiest geef je op je beurt energie door aan mensen. Dat is heel het raadsel, het wondere - waar haal je de kracht, waar haal je de gedrevenheid in je leven. Wat is er in mijn leven dat ik niet gekregen heb, zeg dat ne keer. Ik heb alles gekregen! Je kunt er aan meewerken aan die gaven.en talenten die je gehad hebt, en je kunt ze tegenwerken en verknoeien. Het is een kwestie van de juiste mensen te ontmoeten en de juiste sferen op te zoeken zodat ze kunnen gedijen."
"Ik heb gisteren een ganse dag aan een beeld gewerkt, ik heb er nog mijn duim mee bezeerd. Ik hou van beeldhouwen. Dat is ook mijn leven. Vanuit mijn isolement als beeldhouwer groeit ook mijn hunker naar de mensen. Als ik zo dagen lang aan een steen bezig ben dan kom ik 's avonds binnen en pak mijn gitaar. Dat klinkt helemaal anders dan bij een beroepsmuzikant die zoveel uren op zijn instrument geoefend heeft. Dan ben ik heel fris en gretig: ik mag gaan zingen, ik mag hier vandaag gaan optreden. Soms zitten die beeldhouwer en die zanger mekaar in de weg, soms steunen ze en inspireren ze mekaar. Het zijn twee wezens."

Vanzelfsprekendheid
"Mijn lievelingsrestaurant is een Chinees restaurant in Brugge, heel oud. De kok spreekt zo goed Brugs als gelijk wie. En hij maakt daar een soep, een grote maaltijdsoep zoals alleen Aziaten dat eten. Als Chinezen of Japanners er komen eten is het dat wat ze eten. Dat is zo vanzelfsprekend, die smaken... Dat voedsel is zo oeroud, dat is zoals in een goede keuken, de vanzelfsprekendheid van het gerecht. Soms herken je dingen waarvan je denkt, tiens, dat moet in de middeleeuwen of in de tijd van de Romeinen ook al bestaan hebben. In de kunst is dat ook zo. Bekijk een Rembrandt of een Picasso... Die toets met dat penseel hier en daar..., bij die grote meesters is dat een vanzelfsprekendheid."

Verbondenheid
"De grootste ervaring in mijn leven is de geboorte van ons eerste kind, dat meisje wordt binnenkort 40 jaar. Dat was een kosmisch moment. Met de andere kinderen was dat ook zo, maar nooit meer in die hevigheid als bij dat eerste kind. Dat was iets bijzonders. In een flits voel je de verbondenheid met al de mensen die er ooit voor je geweest zijn en met al die er nog na je gaan komen. Een kosmische ervaring, een geweldig moment dat je moeilijk kunt omschrijven.
ledere keer als een liedje op zijn pootjes valt, als een liedje voltooid geraakt is er het contentement, het diepe geluk dat je ervaart. Zo van hé, ik heb het hier kunnen verwoorden. Het verwerken van een geluk of een verdriet worden muzikale meditaties: de dood van Runeke, ons eerste kleinkindje, de dood van mijn vader, van mijn twee broers.
Als geliefden je ontvallen, moet je hen een nieuwe spirituele aanwezigheid geven, men noemde dat vroeger een mystiek lichaam. Geliefden die weggaan, blijven in je ziel en krijgen een nieuwe inhoud. In de mate dat je mens geweest bent, dat je iets betekend hebt voor andere mensen, zal die aanwezigheid sterker worden. Er zijn mensen die pas tot leven komen als ze dood zijn, bij manier van spreken.
Je moet de gestorven geliefden een nieuwe inhoud geven. De verbeelding kan je daarbij helpen. Mensen die geen verbeelding hebben zoeken schone literatuur, schone liederen, schone gedichten waar ze zich in troosten. Als je als scheppende mens op de wereld gekomen bent, vind je maar troost als je dat zelf verwoord of verklankt of uitgebeeld hebt. Als ik zie hoe mijn dochter - ze beeldhouwt ook - al tientallen keren haar kind in haar beelden en in haar tekeningen aanwezig stelt. Ze kan gewoon niet anders.
In mijn repertorium kan je ook het spoor volgen van mijn geliefden, mijn vader, mijn broer Stefaan, voor mijn oudste broer Walter heb ik al gecomponeerd maar nog niet verwoord. Ik kan er nog niet goed weg mee, het is nog heel vers. Ik heb het kruis gemaakt voor zijn graf: een groot houten kruis en zijn naam erin gekapt en een bloemenkrans erin gesculpteerd. Je moet iets doen met je verdriet."

Zuurstof
"Een dichter kan rijmen en metaforen verzinnen, en beeldspraak, waardoor hij de mensen zuurstof geeft. Een artiest komt binnen bij mensen die in het donker zitten, deuren en ramen en gordijnen dicht. En die artiest komt binnen en zegt 'Maar mensen, het is daglicht!' en schuift de gordijnen open, langzaam - en zie - het is klaar buiten, de zon is er, en de artiest doet het venster open, zuurstof!... En dat is wat we moeten doen: zuurstof en licht en klaarte geven aan mensen die het niet meer zien zitten. Dat gaat niet zo maar hocus pocus, maar als artiest heb je een métier om woorden neer te schrijven, om rijmen en verzen te maken, om ideeën op een ludieke of op een stoute manier, soms een keer schokkend te formuleren. Ze herkennen zichzelf in hetgeen je daar staat te zeggen en te zijn op dat podium. Dat is wonderlijk hé!"

Ouder
"Ouder worden, dat is de creativiteit die trager verloopt. Een nieuw lied komt van dieper en dieper, precies zoals bij het vissen, je moet die vis uit veel dieper water bovenhalen. Dat ervaar ik. De bekoring om op je gemak te zijn, om wat weg te zakken. Dat is ook biologisch zo. Bij het beeldhouwen kap ik ook geen acht uur meer, dat zal vijf uur zijn, een paar uur in de voormiddag, een uur of drie in de namiddag. Om vijf uur stop ik omdat het donker wordt. Vroeger stond daar geen maat op."

Toekomst
"De toekomst - dat is nu - dat is onze instrumenten klaar zetten, dat is wat eten met de muzikanten en met de technieker, proberen een goede avond hier te maken voor de mensen, en dan veilig thuis komen vanavond. Morgen zien we wel."

En het publiek heeft genoten van zijn optreden, daar in 'de Djoelen' in Oud-Turnhout. Ik was gelukkig één van hen!
Bedankt Willem, dat je de mensen laat genieten van je passie!

(uit 'Gezondthuis' driemaandelijks tijdschrift 1ste 2007, een uitgave van het Wit-Gele Kruis Vlaanderen; auteur: Renild Wouters; foto: Rob Mitchell)



terug naar boven

Willem Vermandere in Mortsel
Interview door PapatriQ Somers
www.logboekerij.be
ikmail@logboekerij.be
tel. 03 237 81 43

Ne mens ga nie dood op dien laatste dag
met sombere klokken en met rouwbeklag
misschien overleed ie al zonder geween
nauwelijks merkbaar zoveel jaren geleen
Zoveel grote mensen in werk en verkeer
zoveel dode zielen zo druk in de weer
zoveel arme sukkels in grote nood
als 't kind in ons sterft dan gaan we dood
Ne mens ga nie dood als ie moe is gesjokt
zijn herte begeeft en zijnen asem stokt
dat sterven dat is al jaren aan de gang
dood gaan dat doe j'heel uw leven lang
Gaan vader en moeder naar den overkant
trekt uw kind uw liefste naar 't ander land
je zinkt en verdrinkt in nen tranenzee
bij ieder sterven sterf j'ook wat mee
Ne mens ga nie dood als zijn lijf ontbindt
tot stof en as zijn lichaam verzwindt
misschien is de dood een vereenvoudiging
door vuur en eerde een soort loutering
Kijk naar het licht en hoort hoe dat 't waait
kijk hoe dat moeder eerde altijd verder draait
zegen de regen, onze wijn en ons brood
der is gene grens tussen leven en dood

Willem Vermandere op een ochtend in de week als hij juist klaar is met het lezen van de krant, zelfs dàn klinkt hij zoals hij is, een kunstenaar van het zuivere soort: dichter en schrijver, zanger en componist, verteller en beeldhouwer, "eerlijk op zoek naar mystiek, als troost voor het mensdom"…Waar blijf je toch die inspiratie halen?
Ik besef dat ik 'chance' heb in mijn leven. Ik ben verwend door de Schepper. Mijn oudste broer Walter zei altijd: 'Jij hebt alle talenten gekregen, Willem, voor ons bleef er niks meer over.' Ik heb drie broers en geen van hen heeft iets artistieks gedaan. Alle inspiratie komt van het leven en met mijn talenten maak ik er wat van. Elke keer als een liedje op zijn pootjes valt, als een gedicht helemaal af is, dan is er dat contentement, een diep geluk dat je ervaart. Zoiets als: he he, ik heb het hier kunnen verwoorden. Geluk en verdriet, je probeert te verwerken en het worden muzikale meditaties. Voor mijn oudste broer heb ik al muziek gecomponeerd, maar de woorden zijn nog niet rijp. Zijn dood is nog te vers. Ik heb al wel een kruis gemaakt voor zijn graf: een groot houten kruis met zijn naam en een bloemenkrans erin gekapt. Wat wilt ge, een mens moet iets kunnen doen met zijn verdriet.
Over Jezus en zijn zeven woorden aan het kruis is al zoveel verteld.
Zeg eens iets in zeven woorden over jezelf.

Het gaat allemaal om die man aan het kruis. Ik kruip in zijn vel, ik bekijk zijn leven alsof het mijn leven is. Die timmermanszoon, om wie het ooit allemaal begonnen is, moet een zeer boeiende verteller geweest zijn, een grote spirituele leider, met heel grote aanhang, zodat de nationalisten in hem een geknipte figuur zagen om de Romeinse bezetter buiten te smijten. Maar hij zei "Mijn koninkrijk is niet van deze wereld". De onruststoker werd dan maar gekruisigd.
Mijn zeven vertellementen over die mens die daar tweeduizend jaar geleden hangt dood te gaan aan een kruis - zijn zonder stempel van het bisdom - dit is op eigen houtje, ik vertegenwoordig noch sekte noch charismatische beweging noch hokus noch pokus Dei, ik ben zelfs geen vrome leek, alhoewel ik toch nog ieder jaar in de kerstnacht hier in mijn polderdorpskerk, samen met de kinderen en buurvrouwen al de oude naïeve liedjes zing van de herderkes lagen bij nachte, ze lagen bij nacht' in het veld, ze hielden vol trouwe de wachte, ze hadden hun schaapkes geteld. "Als 't maar rijmt," zeg ik altijd.
Die legendarische zeven kruiswoorden, wat een gedroomde zevenarmige kapstok om mijn gedacht te zeggen over onze rijke Roomse 'roots', waar wij (bijna) allemaal uit voort komen. Het werden zeven vertellementen van heimwee en opstandigheid, verbijstering en verrukking. Er is humor en tederheid nodig en vooral veel verbeelding om de man van Nazareth terug te halen.
Soms is er verwarring: wie is hier nu aan het woord, Jezus of Willem. Maar ik kom altijd op mijn pootjes terecht bij die zeven kruiswoorden. De verbeelding van het mensdom houdt ons recht.
In welke mate speelt je eigen verleden daarin mee?
Onze moeder de heilige kerk van Rome, heeft mij in mijn jonge jaren serieus bij mijn scabbernak gehad. Ik werd klaargestoomd om, (desnoods als martelaar) het rijk Gods te gaan vestigen van de Noordpool tot Kaap de Goede Hoop, met dezelfde doodsverachting als van die jonge moslims, die met een bom op hun buik naar Israël trekken om er dood en vernieling te zaaien om zodoende zichzelf regelrecht naar het paradijs te catapulteren. Ik zal er voor de rest van mijn levensdagen wel door gemerkt blijven. Schrijf het van u af, schreeuw het uit.
Moet je niet luid schreeuwen om nu nog gehoord te worden met een boodschap van Jezus?
Hoe kunnen wij hem een beetje geloofwaardig weer tot leven wekken? Twintig eeuwen verbeelding van kerkvaders en monniken, bevlogen dichters en visionaire artiesten, hebben fantastische constructies bedacht, zoals van één God in drie personen, van een God die mens wordt en hoe brood en wijn lichaam en bloed wordt van God en dat wij dit moeten eten en drinken om het eeuwig leven te verwerven. Wie geraakt daar nog wijs uit? Zeven verhalen over dingen die van waarden zijn. Wat doen we ermee? Wat is bruikbaar? Waar hoor je dat nog?
Zeven monologen en tussendoor muziek.
Natuurlijk moet daar muziek bij, om het verteerbaar te maken.Ik ben nooit rancuneus, soms spottend maar de muziek is er om het met de juiste snaar draaglijk te houden, en om de draagkracht te vergroten. We zouden een strijkkwartet kunnen meebrengen, dat de beroemde Sieben Wörte van Jozef Haydn speelt, maar samen met Pol De Pooter en Freddy Desmedt, mijn eeuwige reisgezellen, 'mes copains', zijn we groot genoeg om met klarinet en voetorgel, fluiten gitaren en allerlei snaren, onze eigen composities te brengen, zeven muzikale omzwervingen. Waarom geen lied tussendoor. In deze tijd vlak voor Pasen is heel veel mogelijk. Een dichter en een zanger kan rijmen en metaforen verzinnen. Met beeldspraak geef je de mensen zuurstof. Dat is wat we moeten doen: zuurstof geven aan mensen in ademnood, licht geven aan mensen die het niet meer zien zitten.
Is dat je boodschap voor de toekomst?
De toekomst, dat is hier en nu. De toekomst dat is: onze instrumenten klaarzetten in de kerk van Bernadette, bij Edith mogen gaan eten met de muzikanten en met de technieker, proberen een goede avond in Mortsel te maken voor de mensen, en dan 's avonds laat veilig thuis komen. De volgende dag is het maandag van de goede week. En dan zien we wel weer. We blijven ademen, dankbaar voor de zuurstof die we mogen geven en krijgen, troost voor het mensdom.