officiële website van zanger, beeldhouwer, schilder en schrijver Willem Vermandere

aninsi

Het allerjongste boek is er vanaf nu → zie hier

Verkrijgbaar in twee verschillende uitgaven.
In de 'Limited edition' zijn drie gesigneerde
afdrukken van tekeningen uit het boek bijgevoegd.
Gratis verzending → zie hier

}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}

Alle info: hier.


Uitgeverij Lannoo biedt de verzending gratis aan bij
verschillende boeken van Willem .

Surf hiervoor naar → hier
Betalen kan online of via overschrijving.


}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}

Colums verschenen in De Bond
Honderd jaar later
Mijn voetbalkapel
Rorate coeli
Auberge de la Couronne
De Boetprocessie
Gepensioneerd
L'assiette du pècheur

}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}}

Deze uitgave kreeg de Prijs voor het Spirituele Boek 2013 (zie ook bij actueel)

Even indringend als met muziek
Poëzie van een grootmeester


De bekende liedtekst van Willem Vermandere in boekvorm.
De zeven refreinen afgewisseld met acht houtgravures van Bram Malisse.
Op geschept Van Gelder Posthoorn papier, 18 x 12 cm, in schuifdoosje.
Gesigneerd door Willem Vermandere en Bram Malisse.
Oplage 45 ingenaaide exemplaren, genummerd van 1 tot 45 (75 euro),
en 15 in perkament gebonden exemplaren, met alle houtgravures met de hand ingekleurd (250 euro) te verkrijgen via www.carbolineumpers.be/


Deze wondermooie novelle van Ernest Claes (1939) wordt heruitgegeven ter gelegenheid van een halve eeuw boekhandel Raaklijn (zie www.raaklijn.be).
Willem Vermandere verluchtte met 15 originele tekeningen het verhaal van het boek.
Het is exclusief te koop in boekhandel Raaklijn



Geloof maar niet dat de zanger zijn rijmsels en zijn vertellementen zomaar improviserend de zaal inslingert. Ook de beeldhouwer schudt zijn stenen en zijn schilderijen niet argeloos uit zijn mouw. Daar gaat veel geschrijf aan vooraf. Die rijmelaar, die zot op zijn podium, leest zelf zo graag mythes en fabels en reisverhalen, maar hij zit thuis in zijn polderdorp al jaren brieven te schrijven naar verre vrienden, ooit ook een hele reeks stukjes voor Knack. Daar komt dit boek uit voort. Blaast op uw toeters en tokkelt op uw snaren, jodelt en danst, maar vergeet niet te lezen en bovenal, vergeet niet te schrijven! Dit is het dagelijks brood, dit is vers bloed voor de verbeelding. Vergeet ook niet te schrappen, anders kan je niet herboren worden. Dat weet zelfs de slang, die haar knellend oud vel afstoot om te kunnen groeien.
Hoe noem ik dit geschrijf nu? "Vroegtijdige memoires" of "Kroniek van mijn leven", of "Mijn commentaar op de wereld". Alles tegelijk en nog veel meer.
Al schrijvende word ik weer kind langs de Leie, ben ik weer zeer katholiek aan beide kanten van de lessenaar, en ontsnap ik weer zeer bewust uit de lerarenkamer, zwerf ik vogelvrij met mijn gezangen door deze lage landen, met tussenlandingen in Detroit, Kinshasa en Rome, trek ik weer met hamers en beitels naar de carrières in Boergondië, zit ik te piekeren over onze gekke tijden en probeer ik te bekomen van mijn botsingen met mensen die niet (meer) zingen.
Schrijven helpt, schrijven geneest, schrijven brengt klaarte, schrijven is terugblaffen, schrijven houdt mij wakker, schrijven is heviger leven.

D/2000/6144/002
ISBN 90-5312-154-4



Willem Vermandere 'Wiens Manneke?'

Mijn grootmoeder kon mij plagen toen ik nog kind was, 'wiens manneke zijt gij?' vroeg ze me iedere keer, als ik haar keuken binnenliep. Dan moest ik mijn naam zeggen en ook die van mijn vader en moeder en de naam van de straat waar ik woonde, en of ik broertjes en zusjes had, en hoe mijn buurjongens heetten. Misschien sta ik al bijna veertig jaar op het podium te vertellen aan de mensen 'wiens manneke' ik ben.

Ik had een artistieke dromerige zeer belezen vader-wagenmaker-muzikant, een heel realistische, wat primitieve, maar courageuze, vindingrijke, sterke moeder. Er waren een paar geestige on­derwijzers in de dorpsschool, ook enkele bijzondere paters-leraars in de klassieke humanioratijd. Missionarissen kwamen ons heroïsche verhalen vertellen. Het was toen een kleine stap om zelf dat kloosterkleed aan te trekken, om ook zo'n wereldveroveraar te worden. Maar ondanks de Spartaanse discipline en studie werd de kunstenaar wakker, samen met het besef dat het 'Rijk Gods' waar ze het over hadden, niet buiten, maar diep in uzelf ligt, dat uw talenten u de weg wijzen, dat het godgeklaagd is niet te mogen worden wie ge moet worden. Dat ieder mens in zijn leven die kostbare parel moet ontdekken, dan alles moet verkopen wat hij bezit, om die parel te verwerven. (Dat is toch ontdekken, waarvoor ge geboren zijt en dan alle ballast uitschakelen, om helemaal disponibel te zijn voor uw werk!)

Dat was pas een grote stap, weg uit dat klooster! (om mijn geloof NIET te verliezen). Eerst nog een paar jaar godsdienstleraar. Trouwen en vier kindjes kopen. Vier keer een godsgeschenk! Intussen lees je andere kleppers dan de kerkvaders, ze rammelen u door mekaar, één voor één sneuvelen de dogma's. Ge komt tot het besef dat alles verbeelding is. Van Adam en Eva tot de ark van Noach, van de maagdelijke geboorte tot de verrijzenis van de doden, van 't heilig bloed van Brugge tot de lijkwade van Turijn. Alles is metafoor! 'Alle kunst is leugen,' zegt Picasso, 'leugen die ons dicht bij de waarheid brengt,' voegde hij er aan toe. Wat hebben wij anders dan onze ver­zinsels om het mensdom bij momenten te amuseren, te troosten en een geweten te schoppen...

Het lot heeft mij hier in deze hoek van de wereld neergezet, hier moet ik het dus waar maken, met al die beperkingen en hebbelijkheden van mijn afkomst. Het is aan mij om die horizon wijd open te trekken. Wat een weelde, al die mythes en fabels, van China en India, van het donker Afrika en het ijskoude noorden, van Lauwe tot Steenkerke en nog verder. Daar zijn goddank mijn geliefde schrijvers en dichters, van Goethe tot Thomas Mann, van Isaac Singer tot Imre Kertész, van Bijbel en Koran tot Gabriel Marquez, om te beseffen dat het altijd weer de kunstenaars zijn, die verha­len verzinnen om het leven hier draaglijk te houden en de dood van de geliefden aanvaardbaar. Terwijl ik dit hier zit te schrijven weerklinkt Schuberts strijkkwartet 'Der Tod und das Mädchen', levensdrift en doodsangst, zo dicht bij mekaar. Nu komen ze mij vertellen dat Roger Schütz, de charismatische protestantse monnik van Taizé vermoord is. Zo'n zachte man van verzoening.

Ik ben ook maar een heel klein schakeltje in die grote ketting. We pikken hier en daar een draad op, maken daar onze eigen bevindingen en dromen aan vast en geven die weer door. Als beeld­houwer kom ik voort uit vaders wagenmakersatelier en uit de cobrabeweging, ik werk in hout, steen en ijzer. Ik val aan, zoals een kind, zonder duidelijk plan, maar al werkende moet de materie 'tot leven' komen. Als zanger verdien ik mijn brood met mijn liedjes en vertellementen, zwervend tussen Duinkerke en Groningen. Ik heb altijd Gezelle mee voor onderweg en ook wel Gerard Reve, of Wislawa Szymborska. Laat in de avond op de terugweg is er jazzmuziek op Klara. Meest­al ben ik dan doodmoe, maar met Miles Davis en al die anderen overvalt mij een zalig gevoel van vrede en grote vrijheid. Zo'n manneke ben ik.



Bekentenis
Om te zingen hoeven er echt geen rookwolken uit de grond te komen, alhoewel de wolken die hier over mijn vlakke polderland drijven, mijn verbeelding geweldig kunnen op stang jagen. Om te zingen heb je niet noodzakelijk een drumstel nodig, om het ritme te bepalen. Ik zou zeggen, zing vooral op de maat van je eigen hartslag. Het is waar dat je met het Engels overal ter wereld terecht kunt en wat ze noemen een "wereldhit" kunt scoren, maar hoe zal ik u dan de kwinkslagen en de grappige woorden van mijn voorouders aan u doorgeven en hoe zal ik mijn eigen gedachten over deze huidige wereld ragfijn aan u meedelen, zonder mijn eigen Vlaams-gekleurde Nederlandse moedertaal.
Al vele jaren zwerf ik nu rond tussen Duinkerke en Groningen, met mijn gekke en weemoedige liedjes en met mijn zotte vertellementen. Ach dat zwerven langs de eindeloze autowegen kan 's winters lastig zijn, door sneeuw en ijs, door mist en regen. Gelukkig zijn daar de twee muzikanten-trawanten met gitaar, mandolien, fluit, klarinet en saxofoon. Gelukkig zijn daar overal luisterende mensen in de theaters en parochiezalen, 's zomers in feesttenten en op de pleinen in de stad.
Ik zing van mijn kinderjaren en van de mensen die in mijn dorp geleefd hebben. Ik zing van de oorlog die mijn Westhoek verwoestte. Ik zing van bijzondere mensen die ik ontmoette, van Godelieve Rosselle diep in Frankrijk, van Daniël die na de oorlog naar Argentinië emigreerde, van die pater die de Indianen wilde bekeren maar tenslotte zelf Indiaan werd. Ik zing van de goede moeder aarde en van haar dwaze kinderen. Ik luister de telefoongesprekken af van God met de paus van Rome. Ik monkel om het spel van mijn computerkinderen. Ik zing voor een debiel meisje uit mijn straat. Ik zing een angstig lied omdat ze me van 't podium willen sleuren en me het zwijgen willen opleggen en me uit mijn huis en dorp willen verjagen.
Sommige muzikanten spelen dansmuziek, dat is al heel verdienstelijk. Sommige zangers zingen van "ik hou van jou met je ogen zo blauw en ik zweer je eeuwig trouw, ook al sta ik in de kou". Heel ontroerend is dat. Maar met muziek en woord kan je veel opwindender avonturen beleven.
Noem het maar kleinkunst of folk of chanson of cabaret of theater. 't Is mij al gelijk. Bij momenten wordt het jazz, bij momenten bijna kerkmuziek. Ik weet maar één ding, zingen en muziek maken is "zeer hevig" leven.


aninsi